Articles in Category: Communicatieonderzoek

6 tips om te besparen op marktonderzoek

Op dinsdag, 03 januari 2012. in categorie Communicatieonderzoek, Tevredenheidsonderzoek, Innovatie onderzoek, Strategisch onderzoek

Oorspronkelijke publicatiedatum: 22-1-2009

De wereldwijde economische terugval begint zijn tol te eisen in de marktonderzoekwereld. Wat de gevolgen precies zullen zijn is nog onduidelijk. Het kan twee kanten op gaan. Wij als marktonderzoekers hopen dat in tijden van crisis marketeers het zekere voor het onzekere nemen en al hun beslissingen grondig onderbouwd willen zien met harde cijfers. Meer waarschijnlijk is het echter dat er gesneden wordt in marketingbudgetten en in gelijke mate in het marktonderzoekbudget. Maar weinig managers durven het echt aan om anticyclisch te budgetteren.

Als marktonderzoeker aan opdrachtgeverskant is het niet verstandig om af te wachten wat er gaat gebeuren. Juist nu is het belangrijk om je eigen toegevoegde waarde te laten zien. Als er nu veel minder onderzoek wordt gedaan dan voorheen, dan is het later erg lastig om het management er van te overtuigen dat veel onderzoek toch echt wel nodig is.

Hieronder 6 tips om je te helpen in barre tijden.

1. Doe meer zelf

Minder budget betekent vaak minder projecten op de marktonderzoekafdeling. Dit houdt in dat er wat tijd vrij komt op de vaak drukbezette onderzoeksafdeling. Een vragenlijst opstellen, diepte-interviews houden, een rapportage maken, een presentatie geven, dit zijn zaken die je prima zelf kunt doen en waar je dus geen bureau voor hoeft in te schakelen. Voor zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek zijn er partijen waar je een deel van een onderzoekstraject kunt inkopen. Bijvoorbeeld: modereer zelf een groepsdiscussie, waarbij je een locatie huurt en de respondentenselectie aan een selectiebureau uitbesteedt. 

Of doe zelf een online kwantitatief onderzoek, waarbij je zelf een vragenlijst opstelt en een partij zoekt die vragenlijst kan programmeren en hosten en een andere partij die respondenten levert. De meeste aanbieders van online veldwerk bieden de mogelijkheid om zelf eenvoudige tabellen en grafieken uit te draaien.

2. Kijk nog eens goed naar wat je al weet

Veel bedrijven beschikken over veel onderzoeksrapporten. Ervaring leert dat bepaalde vraagstukken regelmatig terugkomen. Het lijkt dus logisch om bij een nieuwe onderzoeksvraag eerst het archief in te duiken om te zien of er niet al informatie beschikbaar is die (een deel van) de vraag kan oplossen. Soms kan ook een extra analyse op een databestand uit een ouder onderzoek al uitkomst bieden, zonder dat er speciaal een heel nieuw onderzoek voor opgetuigd hoeft te worden.

3. Open vragen: zijn ze nodig?

In veel kwantitatieve vragenlijsten wordt gewerkt met open vragen. De antwoorden worden gecodeerd om de resultaten toch kwantitatief te kunnen analyseren. Dit coderen is handwerk en kost soms verrassend veel geld. De vraag is of het nodig is. Vaak levert een kwalitatieve analyse van de open antwoorden veel meer inzicht op dan coderen en een tabel uitdraaien. Vaak is het ook mogelijk om de antwoorden alvast voor te coderen en in plaats van een open vraag een gesloten vraag stellen met een 'anders, namelijk' categorie.

4. Huur een freelance onderzoeker in

Een freelance onderzoeker heeft, in tegenstelling tot de grote bureaus, nauwelijks overhead kosten. Als opdrachtgever hoef je niet bang te zijn dat de freelancer geen goed werk levert, immers, als hij of zij geen goede onderzoeker zou zijn, zou hij of zij nooit voor zichzelf begonnen zijn. Een zoekopdracht op LinkedIn levert je zo een aantal namen op, inclusief CV. Bijkomend voordeel van het werken met eenpitters is dat je zeker weet dat degene aan wie je opdracht gunt ook daadwerkelijk zelf het onderzoek uitvoert. En reken maar dat een kleine zelfstandige een stapje harder loopt dan zijn counterpart die in loondienst is bij een bureau. Er zijn freelancers te vinden voor allerlei soorten opdrachten, zowel kwalitatief als kwantitatief.

5. Bouw je eigen klantenpanel

Als je vaak je eigen klanten benadert voor onderzoek, is het de moeite waard om hiervoor een klantenpanel te beginnen. Het blijkt dat klanten vaak maar al te graag bereid zijn om mee te denken. Lidmaatschap van een panel zorgt ook nog eens voor een toenemende loyaliteit. Hoewel niet alle onderzoeksvragen geschikt zijn om met behulp van een klantenpanel te beantwoorden, kun je veel leren van onderzoek onder je eigen klanten. De software die nodig is voor de opbouw van een panel, het beheer ervan en het afnemen van vragenlijsten onder de leden is voor niet al te veel geld verkrijgbaar.

6. Kijk kritisch naar je vaste bureaus

Vaste relaties met bureaus zijn prettig. Je weet wat je aan elkaar hebt en binnen het bureau wordt kennis opgebouwd over jouw markt en over jou als klant. Maar binnen een vaste relatie hebben bureaus de neiging om lui te worden. Er wordt nogal eens verondersteld dat de projecten toch wel komen en dat je als klant aan ze vast zit. Dit leidt tot de neiging de prijzen te laten stijgen. Als vaste klant verwacht je eigenlijk lagere prijzen. Immers, een bureau hoeft minder tijd te besteden aan acquisitie binnen een vaste relatie. Daag je bureaus uit en zeg dat je een kostenbesparing wilt realiseren van 15% op alle projecten en dat je dit van al je leveranciers verwacht. Wedden dat ze creatief meedenken. Bedenk dat met name de grote bureaus veel last zullen ondervinden van de teruggang en je graag als klant zullen willen behouden.

Mijn voorspelling is dat vooral de grote bureaus last zullen hebben van de verlaging van de onderzoeksbudgetten. Immers, zij hebben een groot pand en veel personeel. Hierdoor zijn ze minder flexibel en als hun klanten zoeken naar goedkopere opties, kunnen ze deze niet bieden. En door de grote overhead zal er eerder verlies gemaakt worden. Over een jaar zullen we zien of mijn voorspelling uitkomt.

Accountability van communicatie begint met boerenverstand

Op donderdag, 01 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Wonen en Vastgoed, Publieke Sector

In de blog ‘accountability: trend of hype’  op de website www.dewijdeblik.com stelt Betteke van Ruler terecht de vraag of accountability een trend of een hype is. Veel belangrijker is de vraag of accountability en communicatieonderzoek daadwerkelijk een bijdrage kunnen leveren aan succesvolle (gebieds)communicatie.

Bewonersparticipatie en gebiedsontwikkeling

Op maandag, 05 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Wonen en Vastgoed, Publieke Sector, Strategisch onderzoek

Dit artikel is geschreven door Wiebe de Ridder en is eerder gepubliceerd in het tijdschrift S+RO (stedebouw + ruimtelijke ordening) van Het Nirov (Nederlands instituut voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting).
 
Rekening houden met de wensen en behoeften van de (toekomstige) gebruiker is voor bedrijven als Philips, Unilever en ABN de normaalste zaak van de wereld bij de ontwikkeling van hun producten. In de praktijk van de woningbouw en gebiedsontwikkeling is dit nog geen ‘common sense’. Op welke manieren kan de (toekomstige) bewoner en eigenaar meer als uitgangspunt worden genomen? En welke gereedschappen zijn al voorhanden?

Briefing blijft knelpunt voor succesvolle campagne

Op zaterdag, 31 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Financiële Dienstverlening, FMCG, Wonen en Vastgoed, Publieke Sector

Oorspronkelijke publicatiedatum: 9 maart 2010:

Uit het onderzoek ‘Het Oog op Communicatie’ van DBMI blijkt dat de briefing nog altijd een belangrijk knelpunt is voor een succesvolle communicatie ontwikkeling. Over de inhoud van een goede briefing verschillen adverteerder en reclamebureau niet van mening. Echter de meeste reclamebureaus beoordelen de ontvangen briefings als onvoldoende. Met name de noodzakelijke consumer insights, de communicatiestrategie en de gewenste positionering ontbreken. Reclamebureaus moeten dus regelmatig zelf nog op zoek naar ontbrekende informatie. Vreemd genoeg zeggen de meeste adverteerders deze informatie wel aan te leveren. Uit het onderzoek blijkt dat adverteerders die een volledige briefing aanleveren, succesvoller zijn met hun campagnes.

De senior als woonconsument bestaat niet

Op donderdag, 29 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Wonen en Vastgoed, Strategisch onderzoek

Mijn moeder wordt dit jaar zestig en is op zoek naar een nieuwe woning. Maar zelfs in Rotterdam is dat niet eenvoudig. Terwijl dat toch een stad is met een vragersmarkt voor woningen. Als 55-plusser komt ze weliswaar in aanmerking voor een seniorenwoning, maar dat viel herhaaldelijk tegen. Met een gemiddelde leeftijd van 75 niet helemaal haar leeftijdsgroep. Ook het belangrijkste gespreksonderwerp ‘de toename van het aantal allochtonen in de wijk’ is niet haar favoriete onderwerp. Bovendien woont ze liever in de stad. Dan kan ze makkelijk naar de markt of de culturele voorzieningen bezoeken.


Congres: Zo wil ik wonen

Deze thematiek werd tijdens een deelsessie van het congres ‘Zo wil ik wonen’ besproken. Kun je 55 plussers als één doelgroep zien? Of bestaat deze leeftijdscategorie uit meerdere leefstijlen? En hoe kun je inspelen op de woonwensen van deze leefstijlen?


De senior bestaat niet

De eerste spreker was hier heel duidelijk over: de senior bestaat niet. De groep 55 plussers in Nederland groeit snel. Vind de juiste niches in deze markt en boor nieuwe kansen aan. Bekijk de presentatie van Robert Dackus voor meer informatie.


Vraaggestuurd ontwikkelen
De tweede spreker liet zien dat je voor specifieke groepen senioren prima vraaggestuurd woningen kan ontwikkelen. Met het concept Second Bloom worden online de wensen van senioren in kaart gebracht. Wanneer er een voldoende grote groep geïnteresseerden met vergelijkbare wensen is wordt het ontwikkelingsproces opgestart.

Senior city
Een ander concept is de seniorenstad naar Amerikaans model. Een stad exclusief voor senioren en van alle gemakken voorzien. Het onderzoek 'De vraag naar wonen in een seniorenstad' laat zien dat hier in Nederland weinig vraag naar is. Dat blijkt ook uit het onderzoek van VROM.


Wat willen ze nou?
Wat willen bepaalde groepen senioren dan wel? Uit het onderzoek ‘Hoe willen kapitaalkrachtige senioren wonen?’ blijkt dat senioren vooral verhuizen vanwege hun gezondheid. Twee derde weet al precies in welke gemeente hij wil wonen. En het merendeel zoekt een appartement, gevolgd door een vrijstaande woning.  Bekijk alle onderzoeksresultaten.

Kortom, de woonwensen van 55 plussers zijn net zo complex als voor alle andere leeftijdscategorieën. Het loont om hier goed onderzoek naar te doen. Verruim uw blik en pas uw marketing en communicatie hier op aan.

Drie mythes over marktonderzoek

Op woensdag, 30 november 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Tevredenheidsonderzoek, Innovatie onderzoek, Strategisch onderzoek

De rol van marktonderzoek wordt op verschillende manieren ingevuld in verschillende organisaties. In sommige organisaties vult de marktonderzoekafdeling een actieve rol in, als de spreekbuis van de doelgroep binnen de marketingafdeling. In andere organisaties is de marktonderzoekafdeling nog altijd een ondergeschoven kindje, een verplicht nummer waar alle marketeers eens in de zoveel tijd langs moeten, zonder dat ze daar veel nut in zien. Eén van de oorzaken van deze laatste situatie is dat wij als marktonderzoekers te weinig in staat blijken om precies die onderzoeken op te leveren waar de marketeer zijn projecten een stap mee verder kan helpen. In deze blog behandelen we drie hardnekkige mythes over marktonderzoek. 

 

 

Eigen huis, tuin en buurt

Op dinsdag, 29 november 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Wonen en Vastgoed, Publieke Sector, Strategisch onderzoek

Dit artikel is geschreven door Wiebe de Ridder en is eerder gepubliceerd in het tijdschrift S+RO (stedebouw + ruimtelijke ordening) van Het Nirov (Nederlands instituut voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting).

Stedelijke vernieuwing wordt vaak gedreven door kwantitatief onderzoek. Maar de kwaliteit van een buurt is minstens net zo belangrijk. Een goede buurt is het resultaat van intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen (bewoners, corporatie en gemeente). Beleidsmakers moeten zich daarom niet alleen richten op cijfers, maar juist op kwaliteit. Niet focussen op prachtwijken, maar op het creëren van betere buurten. Het werken aan een betere buurt als format voor een televisieprogramma. Dat klinkt vreemd, maar is echt waar. Samen met een aantal corporaties onderzoekt SEV de mogelijkheid om een televisieprogramma te realiseren waarin buurtbewoners aandelen kunnen kopen in hun wijk. De wijk met het hoogste rendement is ‘Hollands Next Top Buurt’. Grote vraag is nu of het stimuleren van competitie tussen wijken de juiste oplossing is voor het verhogen van de kwaliteit. Is het niet veel beter om te kiezen voor een verdere emancipatie van bewoners die samen met de gemeente, de corporaties en andere stakeholders gaan voor de kwaliteit van hun woonomgeving?

Gebiedscommunicatie wordt volwassen! Nu de gebiedsmarketing nog...

Op donderdag, 29 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Wonen en Vastgoed, Publieke Sector

Dit artikel is geschreven door Wiebe de Ridder en is eerder gepubliceerd op www.ruimtevolk.nl

De rol van marketing en communicatie bij woningbouw en gebiedsontwikkeling is relatief nieuw. Maar waar gebiedscommunicatie in het werkveld van vastgoedontwikkeling steeds vaker serieus wordt genomen, blijkt gebiedsmarketing vreemd genoeg hier bij achter te blijven. Er wordt veel geïnvesteerd in het bereiken van de doelgroep maar er wordt vaak slecht geluisterd naar de wensen van woningzoekenden.

Gebiedsmarketing inventariseert de woonwensen van woningzoekenden zodat gewenste woningen ontwikkeld kunnen worden. Het concept van een gebouw of een wijk moet aansluiten bij de wensen van de doelgroep zodat het gebied of complex als een herkenbaar merk in de markt gezet kan worden. Zo is in Haarlem door Ymere een complex ontwikkeld voor Turkse ouderen, die op zoek waren naar een plek waar zij samen konden gaan wonen. Ze hadden vooral behoefte aan een aantal gemeenschappelijke ruimtes. Door deze vraag is een zeer specifiek en gewenst wooncomplex ontwikkeld.

Gebiedscommunicatie is een relatief nieuw vakgebied dat alle communicatieactiviteiten omvat die bij gebiedsontwikkeling komen kijken: van visieontwikkeling, draagvlak en participatie tot en met de verkoop van woningen. Over het algemeen zoekt elk woongebied of bedrijventerrein naar een eigen identiteit. Het zoeken naar unieke verkooppunten is een uitdagend proces, waarbij gewaakt moet worden voor gemakzucht. Een gebied kan zich onderscheiden door bijvoorbeeld het realiseren van een architectonisch icoon of  door het vertellen van een eigen verhaal. Daarbij speelt gebiedscommunicatie een belangrijke rol.

artikel afbeelding
Campagne Nieuw Crooswijk (Foto: Wiebe de Ridder)

Zowel marketing als communicatie zouden eigenlijk vanaf het eerste moment van planvorming betrokken moeten zijn. Vaak is dat niet het geval. Volgens Michiel Linskens, senior programmanager bij het Communicatie Instituut Ruimtelijke Ontwikkeling (CIRON) is er weliswaar meer aandacht voor gebiedscommunicatie maar rammelt het marktonderzoek bij gebiedsontwikkeling vaak. “Dat is een gemiste kans. Betere analyse kan belangrijke vergissingen voorkomen.”

Vooral bij aanvang van een project zou volgens Linskens moeite moeten worden gestopt in het onderzoeken van de markt. Nu komt het onderzoek pas vaak weer een aantal jaren later naar voren tijdens de verkoop. “Het imago en de identiteit van een gebied dienen vanaf het begin zorgvuldig opgebouwd en gemonitord te worden. Vooral in perioden waarin weinig gebeurt voor de buitenwereld, zoals bijvoorbeeld tijdens vergunningsprocedures, is het zinvol om toch lokale ondernemers en omwonenden op de hoogte te houden.”

Omdat het gaat om langlopende processen (vaak langer dan 5 jaar) is het denkbaar dat de marktsituatie verandert. Om die reden is het belangrijk dat de ontwikkelingen in de markt goed in de gaten worden gehouden, aldus de seniorprogrammamanager. "Wat het ook moeilijk maakt", zegt Linskens "is dat de betrokkenheid van een marketing- en of communicatieteam vaak erg ad hoc is. Er wordt op deze manier geen geheugen opgebouwd binnen het project waardoor op communicatiegebied het wiel steeds opnieuw moet worden uitgevonden. Nog beter zou het zijn wanneer projectvisie, communicatiestrategie en marketing goed op elkaar zijn én blijven afgestemd: dan ontstaat meerwaarde voor alle betrokken partijen.”

Linskens conclusie is dat in deze tijd van een moeizaam lopende vastgoed- en woningmarkt het tijd wordt dat gebiedscommunicatie én -marketing als volwaardige vakgebieden erkend worden. Projecten zullen daardoor soepeler verlopen, weerstanden zullen minder zijn en de plannen beter, met meer draagvlak. En – last but not least – er wordt gebouwd waar consumenten behoefte aan hebben.

artikel afbeelding
Le Medi Rotterdam (Foto: Era Contour)

Een mooi voorbeeld van het succesvol toepassen van marketing in de ontwikkeling van een woonwijk is overigens het project Le Medi in Rotterdam-West. In dit project is vanaf de conceptfase voor deze nieuwbouwwijk tot en met de realisatie gewerkt met een klantenpanel. Het spiegelen van de ideeën voor dit woningbouwproject aan de doelgroep heeft volgens de ontwikkelaars enorm bijgedragen aan de kwaliteit van het project. Ook voor de verkoop is het goed geweest. De woningen staan in een omgeving met een matige reputatie, maar omdat het project zich richt op een heldere doelgroep loopt de verkoop toch goed. De doelgroep van dit project zijn mensen die bewust kiezen voor de stad met al haar activiteit en diversiteit. Het project richt zich dus niet per definitie op mensen met roots in de mediteranee.  De huidige bewoners voelen zich zo thuis in het project dat ze hun trouwkaart hebben opgemaakt in de stijl van het project. Goede marketing en communicatie kan mensen dus ook gelukkig maken.

Goed communicatieonderzoek leidt tot betere campagnes

Op donderdag, 01 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Financiële Dienstverlening, FMCG, Wonen en Vastgoed, Publieke Sector

Door Gabriël Snuverink, www.sightkick.nl

Het Oog op Communicatie‘ van DBMI (Durk Bosma) ingevuld. De hamvraag: hoe kan marktonderzoek bijdragen aan effectiever adverteren? Bosma heeft hiervoor 384 professionals geraadpleegd, zowel van adverteerders- als van bureauzijde. Koren op mijn molen, mijn roots liggen in communicatie-onderzoek.

Het einde van de onderzoeksinstituten?

Op donderdag, 01 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Tevredenheidsonderzoek, Innovatie onderzoek, Strategisch onderzoek

Tekst: Harold Joëls (copywriter / freelance kwalitatief marktonderzoeker), uit Clou September 2011.

Opdrachtgevers van marktonderzoek zijn in mindere mate op zoek naar bewijslast en des te meer naar inspiratie en innovatie. Op welke manier kunnen bureaus aan deze behoefte voldoen? En welke positie nemen de ZZP’ers ten opzichte van de ‘grote jongens’ in? Nederland telt in 2010 meer dan 4.000 partijen die als marktonderzoeker of marktonderzoekbureau in ons land actief zijn. Daarvan is het aantal ZZP’ers in de afgelopen vier jaar verdubbeld. Richard Hugen was 37 jaar in dienst bij IPM waarvan de laatste 25 jaar als algemeen directeur. Hij besloot 1 juli 2010 als zelfstandige onder de naam ‘The Next Level’ verder te gaan. “Ik wilde de nieuwe ontwikkelingen in de markt intensiever gaan toepassen. In mijn beleving heeft de bredere groep van traditioneel ingestoken bureaus moeite om aansluiting te vinden om datgene te leveren wat klanten willen. Ze zitten vast in een keurslijf en houden projecten liever in eigen beheer, dan dat ze extern samenwerken met de partij die de beste oplossing biedt. De klant wil geen marktonderzoek, maar aanbod van informatie waar ze wél op zit te wachten.” Paul Noordegraaf, hoofd van de afdeling Marketing Intelligence bij Center Parcs Europe, bevestigt dit: “Ik merk dat de grote vlaggenschepen vastlopen op de zandbank ‘innovatie’. Te log om elke keer op tijd bij te sturen? Voordeel van de grotere bureaus is wél dat je weet wat je krijgt. Maar echt spannend is het niet meer wat ze doen.”

Imago-onderzoek voor regio’s

Op vrijdag, 02 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Wonen en Vastgoed, Publieke Sector, Strategisch onderzoek

Dit artikel is geschreven door Wiebe de Ridder en is eerder gepubliceerd in het tijdschrift S+RO (stedebouw + ruimtelijke ordening) van Het Nirov (Nederlands instituut voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting).
 
Wat is er nodig om regio’s als de Randstad beter zichtbaar te maken en hoe kun je werken aan het imago van dit soort regio’s? Deze vragen staan centraal in de publicatie die is voortgekomen uit het internationale congres The Image and the Region – Making mega-city regions visible! (februari 2006, München). Dat deze vragen actueel zijn blijkt wel uit de moeite die Minister Cramer en haar ministerie van VROM doen om samen met burgers en professionals na te denken over het gewenste beeld van de Randstad in 2040.In elk hoofdstuk staat de vraag centraal hoe mega-city regions in beeld gebracht kunnen worden, hoe zij hun imago kunnen ontwikkelen en hoe deze twee aspecten met elkaar samenhangen.

Recessie scheidt kaf van koren in marktonderzoekwereld

Op donderdag, 01 december 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Tevredenheidsonderzoek, Innovatie onderzoek, Strategisch onderzoek

Nu het economisch wat minder gaat, wordt er gesneden in budgetten. Wat voor effect zal dit hebben in Marktonderzoekwereld? Al eerder schreef ik op deze plaats dat vooral de grote bureaus het moeilijk gaan krijgen. Maar welke bureaus zullen omvallen en welke zullen glansrijk overeind blijven te midden van de puinhopen? Ik doe een voorspelling.

Vakmanschap zit in de vragenlijst

Op maandag, 03 januari 2011. in categorie Communicatieonderzoek, Tevredenheidsonderzoek, Innovatie onderzoek, Strategisch onderzoek

Door eerst de opkomst van telefonisch onderzoek en daarna het online onderzoek is het veel simpeler geworden om mensen te ondervragen. Respondenten zijn niet schaars meer en ook de mogelijkheden voor verwerking en analyse liggen voor het grijpen. Het gevolg is zichtbaar: een nog steeds toenemend aantal aanbieders van marktonderzoek die elk forse aantallen vragenlijsten verspreiden onder het mom van "als je maar veel mensen veel vragen stelt, komt er altijd wel iets zinvols uit". Een leuke PowerPoint presentatie zorgt er vervolgens voor dat de opdrachtgever onder de indruk is van al die mooie grafieken, waarin het antwoord op de onderzoeksvragen toch wel af te leiden moet zijn. De vragenlijst is een ondergeschoven kind.

DBMI Marktonderzoek

Westeinde 12d
2512HD
070 8885222
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.