Eigen huis, tuin en buurt
Dit artikel is geschreven door Wiebe de Ridder en is eerder gepubliceerd in het tijdschrift S+RO (stedebouw + ruimtelijke ordening) van Het Nirov (Nederlands instituut voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting).
Stedelijke vernieuwing wordt vaak gedreven door kwantitatief onderzoek. Maar de kwaliteit van een buurt is minstens net zo belangrijk. Een goede buurt is het resultaat van intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen (bewoners, corporatie en gemeente). Beleidsmakers moeten zich daarom niet alleen richten op cijfers, maar juist op kwaliteit. Niet focussen op prachtwijken, maar op het creëren van betere buurten. Het werken aan een betere buurt als format voor een televisieprogramma. Dat klinkt vreemd, maar is echt waar. Samen met een aantal corporaties onderzoekt SEV de mogelijkheid om een televisieprogramma te realiseren waarin buurtbewoners aandelen kunnen kopen in hun wijk. De wijk met het hoogste rendement is ‘Hollands Next Top Buurt’. Grote vraag is nu of het stimuleren van competitie tussen wijken de juiste oplossing is voor het verhogen van de kwaliteit. Is het niet veel beter om te kiezen voor een verdere emancipatie van bewoners die samen met de gemeente, de corporaties en andere stakeholders gaan voor de kwaliteit van hun woonomgeving?
Kwantitatief onderzoek
SEV en Bureau Middelkoop hebben in maart 2008 een onderzoek uitgebracht naar de kansen en bedreigingen voor de zogenaamde bloemkoolwijken. Onder deze noemer scharen zij de laat naoorlogse woonwijken met een herkenbare woonervenstructuur, gebouwd in de jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Na de stadsvernieuwing van de vooroorlogse wijken in Nederlandse steden, en met de stedelijke vernieuwing van de vroeg naoorlogse wijken nog in volle gang, kijkt dit onderzoek naar de wijken die historisch gezien als eerste aan de beurt zijn voor grootschalige vernieuwing. Vooraf was de grote vraag: worden de bloemkoolwijken, de prachtwijken van het komende decennium?
Het kwantitatief onderzoek dat in september 2006 is afgerond geeft geen directe aanleiding tot ongerustheid over de bloemkoolwijken. De zesentachtig onderzochte wijken verkeren over het algemeen in goede staat en bewoners zijn tevreden over de kwaliteit van hun woning. Er zijn echter wel een aantal tendensen zichtbaar die maken dat de alertheid van corporaties, gemeentes en bewoners geboden is. De cijfers laten met name zien dat het opleidingsniveau daalt en dat de sociale overlast toeneemt. De gemiddelde leeftijd in deze wijken neemt ook steeds meer toe. Er komen weinig jonge gezinnen in deze wijken wonen. Dit maakt de wijken kwetsbaar.
De kwantitatieve gegevens uit het onderzoek zijn dus gematigd positief, maar is dat op de lange termijn voldoende om de wijken stabiel te houden? Zolang de woningmarkt krap blijft zal het waarschijnlijk goed blijven gaan met het vinden van nieuwe bewoners voor deze wijken. Er zijn echter nu al gebieden in Limburg waar er geen sprake meer is van een groeiende bevolking, daar is juist sprake van een ontspannen woningmarkt. In dit geval wordt het steeds moeilijker om de kwaliteit van een wijk te waarborgen. De woningen in de binnenstad en in de omliggende Vinex-wijken zijn van een hogere kwaliteit en hebben betere voorzieningen waardoor de situatie zou kunnen ontstaan dat deze wijken die tussen de binnensteden en de uitbreidingslocaties in liggen, verslechteren. Op individueel wijkniveau kan de sociale en culturele samenhang achteruit gaan, en de overlast zo groot worden dat bewoners op zoek gaan naar andere opties. Het blijft dus voor elke wijk van belang om de beschikbare cijfers zo goed mogelijk te vertalen in beleid. Dit geldt niet alleen voor de zogenaamde bloemkoolwijken maar eigenlijk voor elke wijk.
Kwalitatieve oplossingen
Het analyseren van de kwantitatieve gegevens om te komen tot goede oplossingen voor het beheer van buurten, is niet voldoende. Om op tijd en adequaat op de situatie in een wijk in te kunnen spelen is het minstens zo belangrijk om de specifieke situatie steeds weer te bekijken en te analyseren. Het zoeken naar kwalitatieve oplossingen is dan extra belangrijk. Het in maart 2008 gepresenteerde ontwerpend onderzoek van Bureau Middelkoop, dat een vervolg is op het kwantitatief onderzoeken van september 2006, laat een serie aan interventies zien die kunnen bijdragen aan het versterken van de bloemkoolwijken. Bijvoorbeeld het verbeteren van de openbare ruimte door groenstructuren en de materialisering van de openbare ruimte aan te passen. Of het vriendelijker maken van de tuinafscheidingen binnen de wijk doormiddel van groen, en het vergroten van de sociale controle door het plaatsen van een uitbouw of ramen op plekken waar nu alleen maar blinde muren zijn.
Deze ingrepen vragen iets van de gemeente en corporaties die bezit hebben in de bloemkoolwijken. Aangezien het merendeel van de woningen in particulier bezit is, zal er met meerdere partijen samengewerkt moeten worden om een kwaliteitsslag te kunnen maken. De kennis die op dit moment wordt opgedaan met collectief particulier opdrachtgeverschap kan nog wel eens van pas gaan komen bij de wijkvernieuwingen van de toekomst. In de bloemkoolwijken, maar ook in later ontwikkelde wijken Vinex-wijken, liggen er volop kansen om bewoners, gemeente en corporaties samen te laten werken aan kwaliteitsverbetering. Dit biedt in de huidige krappe woningmarkt kansen om beter in te spelen op de wensen van bewoners.
Betere buurten
Onderscheidend vermogen en kwaliteit vragen om een andere manier van kijken en werken. Een door bewoners, gemeente en corporaties gedeelde visie op de wijk kan dan leiden tot een beheerplan dat bijdraagt aan de verhoging van de kwaliteit van een wijk. Deze manier van denken is niet alleen van toepassing op bloemkoolwijken maar zou eigenlijk moeten gelden voor elke wijk. Het is daarom belangrijk dat beleidsmakers zich niet alleen maar focussen op cijfers. De cijfers kijken voornamelijk naar het verleden en wanneer er naar de toekomst wordt gekeken is de visie op deze toekomst doorslaggevend. De kans dat de Nederlandse bevolking blijft groeien is vrij klein. Kwaliteit wordt daarom steeds belangrijker. Door er nu al in te investeren kunnen we misschien voorkomen dat we weer voor een opgave zoals de prachtwijken komen te staan. ‘Van cijfers naar kwaliteit’ en ‘van Prachtwijken naar Betere Buurten’ moet het motto zijn. Het format van ‘Eigen huis en tuin’ behoeft maar een kleine aanpassing. De straat van de week is al onderdeel van het programma. Voeg er de buurt van de maand aan toe en de cirkel is rond. Geïnspireerde bewoners leveren immers meer op dan een tijdelijke competitie.



Reacties (0)